Naar aanleiding van het engelengetal 77 gaan we op zoek naar de heilige graal.
Wat is nu het "beste" ijsje van België? Geen onmogelijke opdracht dit te onderzoeken. Wel een zuivere daad van moed en zelfopoffering.
Om het onderzoek deskundig, wetenschappelijk en objectief te houden, is een strict protocol noodzakelijk.
N = 1 = MBU
de score is op 10
de aanwezigheid van minimaal 1 onafhankelijke waarnemer met de familienaam Buelens of Vaerewijck
scores zijn nooit finaal en kunnen te allen tijde en zonder overleg gewijzigd worden door MBU
een mooie wandeling in de omgeving van de proeflocatie wordt sterk geadviseerd
onderbouwde argumenten, gevalideerde data, ethische aspecten of betrouwbare criteria zijn zuiver optioneel
elke BIAS versterkt de score
de proeflocatie moet op Belgische bodem zijn
het onderzoek is zowel kwalitatief als kwantitatief
begin liever niet aan een sessie zonder servet
Voor een evidence-based startpunt voor expert review komen drie zaken duidelijk bovendrijven op basis van de zwaarste publieke bewijslast: Gelateria Giotto in Brussel, Pepe’s Glacier in Brussel en ICE ICE AMY in Oostende/Gent. Giotto heeft de sterkste wedstrijdhistoriek met de overwinning in de Gelato Festival World Masters 2026 en een eerdere Belgische titel; Pepe’s won de Belgische Gelato Festival Challenge 2025 en documenteert een uitgesproken ambachtelijke, additievarme werkwijze; ICE ICE AMY combineert een recente Gault&Millau Product Award met een zeer expliciete focus op textuuronderzoek, pure ingrediënten en eigen receptontwikkeling.
Wie de shortlist uitsluitend op moderne gelato-innovatie zou bouwen, zou echter het Belgische coupe- en tearoom-erfgoed onderschatten. Daarom staan Franchi, Glacier Zizi, A La Boule en Ferme de Cavrinnes hoog genoeg om expliciet mee te nemen: zij brengen niet alleen klassieke roomijsreferenties, maar ook een veel bredere testbasis voor sundaes/coupes, wafels, fruitcombinaties en serviceconsistentie in saloncontext.
De lijst hieronder is dus geen absolute blindproefuitslag, maar een gedocumenteerde onderzoeksranking: ik heb prioriteit gegeven aan onafhankelijke vak- en persbronnen in NL/FR, officiële wedstrijdresultaten, officiële productinformatie en publiek verifieerbare signalen over grondstoffen, variatie, seizoenswerking en – waar publiek beschikbaar – hygiëne/traceerbaarheid. Het resultaat is een shortlist van 14 onafhankelijke adressen die samen een sterk Belgisch veld afdekken over Brussel, de kust, Gent/Oost-Vlaanderen, Kempen, Limburg, Luik, Namen, de Ardennen en Picardisch Wallonië.
Ik heb de bronnenhiërarchie bewust streng gehouden. Het meeste gewicht ging naar culinaire gidsen en inspecteurs zoals Gault&Millau, lokale en regionale journalistiek zoals Le Soir, BX1, Made in, Nieuwsblad, Boulettes Magazine en Visit-bronnen van steden/regio’s, plus officiële wedstrijd- en awardinformatie en officiële sites van de ijsmakers zelf voor adressen, openingsuren, smaaklijnen, prijsvoorbeelden en productclaims. Crowdplatformen zijn hoogstens zijdelings gebruikt als operationele reality check, maar niet als doorslaggevende rankingbron.
Inhoudelijk heb ik volgende vragen zwaarder laten doorwegen dan pure populariteit: is er publiek bewijs voor sterke productkwaliteit (micro-batches, lage overrun, geen kunstmatige additieven, verse zuivel, house-made componenten, in-house pasteurisatie), voor smaakbalans en variatie (klassiekers, sorbets, specials, dieetopties), voor consistente erkenning (inspecteurs, awards, regionale pers) en voor bruikbaarheid in expert reviewover zowel hoorntjes/potjes als coupes/sundaes. Publieke hygiënegegevens bleken niet uniform vergelijkbaar beschikbaar; daarom telden alleen verifieerbare positieve signalenmee, zoals expliciete AFSCA-/traceerbaarheidsvermeldingen, artisanale certificering of in-house pasteurisatie.
Deze ranking bevoordeelt dus niet automatisch de zaak met de langste rij, maar de zaak met de sterkste combinatie van documenteerde kwaliteitssignalen. Wel is er een inherente bias: wedstrijd- en media-aandacht beloont vandaag vaker innovatieve gelato dan klassieke coupehuizen. Daarom heb ik bewust ook traditionele salons met een zwaar coupeprofiel behouden, zodat een later expertpanel niet enkel “award-gelato” proeft, maar ook het beste Belgische roomijs-in-salon.
Gelateria Giotto — Brussel. Dit is vandaag de sterkst gedocumenteerde Belgische referentie voor topgelato. Christian Wu won in 2026 de Gelato Festival World Mastersna al in 2024 de Belgische selectie te hebben gewonnen; officiële en journalistieke bronnen benadrukken tegelijk de combinatie van natuurlijke productie, regelmatige smaakrotatie en een sterke mix van klassiek Italiaans vakmanschap met eigenzinnige smaakontwikkeling. Voor een expertpanel is dit de logische benchmark voor pure gelatotekstuur en smaakintensiteit in cone/pot.
Pepe’s Glacier — Brussel. Pepe’s is de belangrijkste actuele uitdager van Giotto: José Romero won de België-finale van de Gelato Festival Challenge 2025, stond al eerder op het podium en profileert zich officieel met natuurlijke ingrediënten, zonder bewaarmiddelen, kleurstoffen, artificiële aroma’s of palmolie, en met een expliciete afkeer van “lucht in het ijs”. Brussels Times voegt daar een belangrijk craft-signaal aan toe: alle ingrediënten worden in-house gemaakt. Sterk voor experts die gelato-innovatie én ambachtelijke discipline willen afwegen.
ICE ICE AMY — Oostende en Gent. Buiten Brussel is dit de meest overtuigende moderne case. Gault&Millau beschrijft twee jaar onderzoek naar textuur en evenwicht zonder chemische hulpmiddelen, met lokale inkoop; in 2026 kreeg het merk ook de Gault&Millau Product Award ‘food’. De officiële site onderstreept pure ingrediënten, specialty flavours en een eigen sundae-concept. Voor expert review is dit essentieel omdat het merk zowel productzuiverheid als nieuw smaakdenken expliciet documenteert.
Franchi G. — Luik. Franchi is de sterkste Waalse kandidaat als je modern vakwerk wilt testen tegenover een historisch salon met breed roomijs-DNA. Gault&Millau noemt bijna 150 smaken; de officiële site legt de nadruk op vers fruit, verse hoevemelk, vanillestokken uit Madagaskar, géén additieven of kleurstoffen en expliciete naleving van AFSCA-hygiëne- en traceerbaarheidsnormen. Minder “wedstrijdgelato” dan Giotto of Pepe’s, maar topmateriaal voor klassieke coupes, milkshakes en salonconsistentie.
Bargello — Brussel. Bargello scoort uitzonderlijk sterk op grondstoffen en focus. Gault&Millau roemt de Florentijnse stijl, het serveren met spatel, Bronte-pistache AOC, Madagaskar-vanille en het ontbreken van kunstmatige kleur- en smaakstoffen; de officiële site toont een compact, coherent smakenrepertoire in plaats van een opgeblazen catalogus. Dat is vaak een goed signaal voor een zaak die op precisie en herhaalbaarheid mikt.
Glacier Zizi — Ukkel. Zizi staat zo hoog omdat deze shortlist ook het beste Belgische coupewerk moet afdekken. Gault&Millau noemt het een referentie sinds 1948 met 100% huisbereid ijs zonder kleurstoffen of bewaarmiddelen; de officiële kaart toont vervolgens een opvallend grote en klassieke coupewereld, van Dame Blanche en Banana Split tot Amerikaanse coupes, seizoensspecials en brioche sicilienne. Voor een expertpanel is Zizi bijna onmisbaar als coupe-control sample.
BAS ice cream — Gent. BAS is een pure craft-case: Gault&Millau, Visit Gent en de officiële site convergeren allemaal op dezelfde punten — handgemaakte micro-batches, geen stabilisatoren, geen kleurstoffen, geen smaakversterkers of E-nummers, en een kleine maar duidelijke signature-lijn met smaken als Beurre Noisette, Roasted Pistachio en Syrian Nights. Het zakt iets in de ranking omdat het vooral een potjes-/pure-scoopzaak is en minder een coupe- of hoorntjessalon.
Tendance Glacée — Flawinne en Namen. Dit is de sterkste Namense kandidaat met een geloofwaardige mix van retail, eventwerk en onderscheidingen. ELLE koppelt Maryne Poppe aan een internationale ranking in 2019; Gault&Millau noemt lokale en natuurlijke ingrediënten; de officiële site voegt daar artisan certifié, korteketenwerking, een eigen atelier en een duidelijke productlijn aan toe. Heel geschikt voor reviewteams die willen testen of prijswinnende reputatie ook in dagelijkse retailstandaard overeind blijft.
Glacier St. Catherine — Nieuwpoort. Voor een klassieke kustbenchmark is St. Catherine bijzonder sterk gedocumenteerd. Gault&Millau benadrukt verse hoevemelk en in-house pasteurisatie; de officiële site bevestigt een langlopende focus op ambachtelijk roomijs en sorbets, plus sterk seizoensgebonden openingsritmes rond vakantieperiodes. Minder flashy dan de moderne topgelaterie, maar exact daarom waardevol als traditioneel roomijs-anker.
De Petrushoeve — Beervelde. Deze zaak hoort op de shortlist omdat ze niet “gewoon nog een ijsboerderij” is. Jasper Braeckman werd tweede op het Belgisch kampioenschap ijsdraaien 2025 met een gedurfde brandnetelpesto-gelato; zijn officiële communicatie toont ook geavanceerde Carpigiani-training, leservaring en een aanbod dat klassieke, vegan en suikerarme formules combineert. Ideaal om te testen of wedstrijdcreativiteit ook als consumentenproduct overtuigt.
Limone — Sint-Truiden. Limone is waarschijnlijk de meest overtuigende Limburgse allrounder in publieke documentatie. Gault&Millau prijst de variatie van klassiek schepijs en ijstaarten tot vegan, suikerarm en zelfs hondenijs; de officiële site bevestigt dagelijkse openingsuren in het seizoen, vaste sluitperiodes, een stevige lijst vaste smaken en een uitgesproken matrix van roomijs, sorbet, lactosevrij en vegan. Minder “chef’s gelato”, maar sterk op varieteit en bereikbaarheid.
IJssloeberke — Tielen. Ik neem IJssloeberke op omdat Antwerpen anders ondervertegenwoordigd zou blijven én omdat de documentatie degelijk is: Gault&Millau plaatst het bij de beste Vlaamse adressen, benoemt het als eerste ijsboerderij van België en wijst op meer dan 50 smaken van melk van eigen koeien; de officiële site bevestigt de lange boerderijtraditie; lokale pers en de Crème de la Crème 2025-publieksverkiezing tonen dat het ook op consumentenvertrouwen scoort. Een bewuste keuze voor familiale hoevekwaliteit en coupes, niet voor competitie-extravaganza.
A La Boule — Bastogne. In de Ardennen is dit een van de sterkste klassieke dossiers. Gault&Millau noemt 50 keuzes en 125 coupes; de officiële site voegt daar lokale boerderijmelk, pasteurisatie, artisanale productie, een grote crêpe-/wafelpoot en uitgesproken seizoenswerking aan toe. Heel nuttig om te beoordelen hoe een traditionele familieglacier scoort op breedte van de kaart versus daadwerkelijke kwaliteit.
Ferme de Cavrinnes — Pecq. Dit is de finalist met de kortste publieke bewijslast, maar nog altijd sterk genoeg voor opname. Gault&Millau maakt expliciet de koppeling tussen melk van de hoeve en de ijsproductie; de officiële site en kaart tonen een echte farm-to-coupe-logica, een tearoom-context en een goed gedocumenteerde dessertkaart met veel klassieke en fruitgedreven coupes. Ik zou deze zaak vooral zien als regionale specialist voor validatie ter plaatse, niet als voorbeschouwde nationale winnaar.